De onderbewindstelling kan alleen worden beëindigd door de kantonrechter. Wanneer de oorzaak die aan het bewind ten grondslag lag niet meer van toepassing is kan het bewind worden beëindigd.
Dit houdt in dat de onderbewindgestelde weer in staat is om zelf zijn financiën te beheren.
Om het bewind te laten beëindigen dient er een verzoek ingediend te worden bij de rechtbank, in dit verzoek geeft de onderbewindgestelde aan waarom bewindvoering niet meer noodzakelijk is.

Naar aanleiding van het verzoek worden u en uw bewindvoerder opgeroepen door de kantonrechter om het verzoek tot beëindiging te bespreken. Na afloop van de zitting beslist de kantonrechter of het beschermingsbewind nog noodzakelijk is of niet, zo niet dan zal de maatregel worden opgeheven. Wanneer de kantonrechter besluit dat bewindvoering niet meer noodzakelijk is dan zal de maatregel worden opgeheven.

Tevens eindigt de bewindvoering wanneer:
– de onderbewindgestelde is overleden
– de onderbewindgestelde onder curatele wordt gesteld.

Bewindvoering kan ook worden beëindigd op het verzoek van de beschermingsbewindvoerder. Wanneer de voorwaarden van de bewindvoerder niet worden nageleefd en de onderbewindgestelde keer op keer afspraken niet nakomt dan kan de bewindvoerder een verzoek indienen om de onderbewindstelling te beëindigen.

De kantonrechter kan in dit geval opzoek gaan naar een andere bewindvoerder voor de onderbewindgestelde of besluiten dat deze maatregel niet meer noodzakelijk is.